Het optimale lichtplan voor LED belichting in de kas
Waar techniek, teelt en kas samenkomen in één doordacht lichtplan
Een goed lichtplan vormt de basis van succesvolle LED belichting in de kas. Waar bij traditionele belichting veel keuzes vastlagen, vraagt LED om een doordachte afweging van meerdere factoren. Het lichtplan bepaalt niet alleen hoeveel licht er wordt geïnstalleerd, maar vooral hoe licht, energie, kas en teelt op elkaar worden afgestemd.
In de praktijk blijkt dat LED belichting pas echt rendeert wanneer alle puzzelstukken in elkaar vallen. Het gewas, het bijbehorende lichtrecept, het gewenste lichtniveau, de beschikbare energie en de constructie van de kas moeten samen één geheel vormen. Zonder die samenhang ontstaat het risico op een installatie die theoretisch klopt, maar in de praktijk onvoldoende presteert.
Een lichtplan is daarom geen los document, maar een integraal ontwerp dat richting geeft aan de gehele LED-installatie. Op deze pagina lees je waar een goed lichtplan uit bestaat en waarom deze aanpak essentieel is voor een installatie die in de praktijk goed werkt.
Waarom een lichtplan onmisbaar is bij LED belichting in de kas
LED belichting biedt veel flexibiliteit, maar die flexibiliteit brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Waar bij SON-T het lichtspectrum en de lichtverdeling grotendeels vastlagen, worden deze keuzes bij LED volledig bepaald in het lichtplan.
Een lichtplan voor LED belichting gaat verder dan het plaatsen van armaturen. Het legt vast hoe licht wordt ingezet binnen de grenzen van de kas en de beschikbare energie. Zonder een goed lichtplan kunnen er problemen ontstaan zoals een ongelijkmatige lichtverdeling, een verkeerd lichtniveau of een installatie die niet aansluit op het gewas.
Een lichtplan voor LED belichting voorkomt correcties achteraf
Juist omdat LED minder stralingswarmte afgeeft en efficiënter werkt, heeft elke ontwerpkeuze direct invloed op het teeltresultaat. Een doordacht lichtplan voorkomt dat er achteraf moet worden bijgestuurd met extra armaturen, hogere energiekosten of aanpassingen in het klimaat.
Het gewas als uitgangspunt van het lichtplan
Een goed lichtplan begint altijd bij het gewas. Elk gewas reageert anders op licht en stelt specifieke eisen aan zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het licht. Daarom kan een lichtplan nooit generiek worden opgesteld.
Bij het ontwerp wordt gekeken naar het type gewas, de teeltfase en de doelstelling van de ondernemer. Deze factoren bepalen hoe het licht moet worden ingezet en welke randvoorwaarden daarbij horen. Een lichtplan dat niet aansluit op het gewas kan leiden tot ongewenste groei, kwaliteitsverlies of een inefficiënte inzet van energie.
Door het gewas als uitgangspunt te nemen, ontstaat een lichtplan dat niet alleen technisch klopt, maar ook praktisch aansluit op de dagelijkse teelt.

Het lichtrecept: de juiste samenstelling van het lichtspectrum
In de praktijk gebruiken tuinders vaak de term lichtrecept wanneer zij spreken over de samenstelling van het lichtspectrum. Het lichtrecept beschrijft de verhouding tussen de verschillende lichtkleuren waarmee het gewas wordt gestuurd.
Binnen het lichtplan wordt het lichtrecept afgestemd op het gewas en de teeltstrategie. Een verkeerd gekozen samenstelling kan leiden tot ongewenste lengtegroei of het missen van lengte, een minder compact gewas of kwaliteitsproblemen. Daarom wordt het lichtrecept nooit los bepaald, maar altijd in samenhang met de overige onderdelen van het lichtplan.
Het juiste lichtrecept zorgt ervoor dat het licht niet alleen voldoende is in hoeveelheid, maar ook de juiste prikkel geeft aan het gewas.
Bij het bepalen van een lichtrecept wordt vaak gebruikgemaakt van onderzoeksdata van onder andere Wageningen University & Research en subsidieregelingen zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA).
Het gewenste lichtniveau: hoeveel licht heeft het gewas nodig?
Naast de samenstelling van het licht is het lichtniveau een bepalende factor binnen het lichtplan. Het lichtniveau, uitgedrukt in µmol/m²/s, bepaalt hoeveel energie het gewas daadwerkelijk ontvangt.
Meer licht is niet automatisch beter. Het optimale lichtniveau hangt af van het gewas, de teeltfase en de beschikbare energie. Een te laag lichtniveau beperkt de productie, terwijl een te hoog niveau kan leiden tot onnodig energieverbruik en een verstoorde balans in de teelt.
In het lichtplan wordt daarom zorgvuldig bepaald welk lichtniveau nodig is om de doelstelling te behalen, rekening houdend met natuurlijke instraling en jaarrond strategie.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van typische lichtniveaus (PPFD) voor veel gekweekte gewassen in de glastuinbouw. Deze waarden dienen als richtlijn bij het opstellen van een lichtplan. Het uiteindelijke lichtniveau wordt altijd afgestemd op gewas, teeltfase, kas en energievoorziening
| Gewas | Min (µmol/m²/s) | Typ (µmol/m²/s) | Max (µmol/m²/s) |
|---|---|---|---|
| Tomaat | 150 | 200-250 | 300+ |
| Paprika | 150 | 200-250 | 300 |
| Komkommer | 150 | 200-250 | 300 |
| Sla | 100 | 150-200 | 300 |
| Chrysant | 120 | 180-220 | 250-300 |
| Roos | 150 | 200-250 | 300 |
| Lisianthus | 170 | 250-300 | 400+ |
| gerbera | 150 | 200-250 | 300 |
Energievoorziening en WKK-capaciteit als randvoorwaarde
Een lichtplan kan niet los worden gezien van de beschikbare energievoorziening. De capaciteit van de WKK en de elektrische infrastructuur bepalen in belangrijke mate wat er in de praktijk mogelijk is.
Wanneer het gewenste lichtniveau hoger ligt dan wat de energievoorziening aankan, ontstaan beperkingen in het gebruik van de belichting. Dit kan leiden tot beperkte branduren, schakelmomenten of een installatie die niet optimaal benut kan worden.
Door de beschikbare energievoorziening vanaf het begin mee te nemen in het lichtplan, ontstaat een realistisch ontwerp dat technisch uitvoerbaar is en geen onverwachte knelpunten oplevert tijdens de exploitatie.
Lichtuniformiteit in de kas
Een gelijkmatige lichtverdeling is essentieel voor een uniforme groei van het gewas. Grote verschillen in lichtintensiteit binnen de kas leiden tot variatie in groei en kwaliteit, wat de teelt lastiger maakt om te sturen.
Binnen het lichtplan wordt daarom niet alleen gekeken naar het gemiddelde lichtniveau, maar vooral naar de lichtuniformiteit. De constructie van de kas speelt hierbij een belangrijke rol. Kapmaat, poothoogte, tralies en bestaande installaties beïnvloeden hoe het licht zich door de kas verspreidt.
Om een optimale lichtverdeling te realiseren, wordt vaak gewerkt met maatwerk LED-armaturen. Door te sturen op straalhoek en het gebruik van specifieke lenzen kan het licht precies daar worden gebracht waar het nodig is. Dit maakt het mogelijk om met minder armaturen toch een hoog en uniform lichtniveau te bereiken.
Een hoge lichtuniformiteit draagt bij aan een stabiel gewasbeeld, een voorspelbaar teeltresultaat en een efficiënte inzet van energie.

Van lichtplan naar uitvoering: het installatieschema
Een lichtplan moet niet alleen theoretisch kloppen, maar ook praktisch uitvoerbaar zijn. Daarom wordt een compleet lichtplan ondersteund met een installatieschema. Dit schema geeft duidelijkheid over de plaatsing van de armaturen en vormt de basis voor een correcte montage.
Het installatieschema voorkomt interpretatieverschillen tijdens de installatie en zorgt ervoor dat het lichtplan in de praktijk wordt uitgevoerd zoals het is ontworpen. Zo wordt de vertaalslag van ontwerp naar uitvoering geborgd.

Gratis lichtplan voor LED belichting in jouw kas
Benieuwd hoe een lichtplan er in jouw situatie uit kan zien? Wij vertalen jouw gewas, kas en doelstelling naar een lichtplan op maat, waarin alle onderdelen zorgvuldig op elkaar zijn afgestemd.
Vraag een gratis lichtplan aan en krijg inzicht in een LED-oplossing die technisch klopt en in de praktijk rendeert.

